.png)
Veel appartementsgebouwen van vóór 2001 bevatten nog asbest, vaak op plekken waar eigenaars zich niet van bewust zijn. Omdat dit risico’s én discussies kan veroorzaken, legt Vlaanderen een duidelijke verplichting op: vanaf 1 januari 2027 moet elke VME een asbestattest voor de gemene delen hebben.
In appartementsgebouwen van vóór 2001 is de kans groot dat er nog asbest aanwezig is. Niet alleen in private delen, maar vooral in gemeenschappelijke zones waar eigenaars zelf geen zicht op hebben. Precies daarom voert Vlaanderen een belangrijke verplichting in: vanaf 1 januari 2027 moet elke vereniging van Mede-Eigenaars (VME) beschikken over een asbestattest voor de gemene delen, ook als er géén verkoop plaatsvindt. Deze deadline komt snel dichterbij en veel gebouweigenaren zijn nog niet gestart. Tijd dus om helder te maken wat er precies verandert, waarom dit belangrijk is en wat een VME vandaag al kan doen.
Asbest werd tot 2001 op grote schaal gebruikt in de bouw. In appartementsgebouwen zit het vaak op plaatsen waar bewoners nooit komen, maar wel risico’s kunnen ontstaan bijslijtage, renovaties of schade.
In de praktijk komen asbestdeskundigen vooral asbest tegen in:
Zolang asbesthoudend materiaal intact is, blijft het meestal stabiel. Maar bij slijtage, watersijpeling, trillingen, renovaties of breuk kunnen vezels vrijkomen en dan ontstaat er wel risico.
Bovendien zijn gemeenschappelijke delen een gedeelde verantwoordelijkheid. Zonder inventaris leidt dat snel tot discussies binnen de VME over kosten, aansprakelijkheid en veiligheid.
De Vlaamse overheid wil tegen 2040 alle gebouwen asbestveilig maken. Voor individuele eigenaars van een gebouw geldt een algemene verplichting om tegen 2032 een asbestattest te hebben, maar voor appartementsgebouwen ligt de lat veel vroeger.
Omdat gemeenschappelijke delen door meerdere eigenaars gedeeld worden en vaak risicovolle materialen bevatten, moeten VME's van een appartementsgebouw van vóór 2001 al tegen 1 januari 2027 beschikken over een asbestattest voor de gemene delen.
Dat geldt ongeacht of er een verkoop plaatsvindt. Bij een overdracht (verkoop of schenking) van een privatief deel kan de transactie bovendien niet doorgaan zolang dit asbestattest ontbreekt. De eigenaar moet zowel het privatieve attest als het attest van de gemeenschappelijke delen kunnen voorleggen. Deze verplichtingen zijn vastgelegd door de Vlaamse overheid en worden beheerd door OVAM, de officiële instantie voor asbestbeleid.
Voor VME's met minder dan 15 wooneenheden heeft de Vlaamse Regering de mogelijkheid om uitstel te verlenen van maximaal twee jaar. Dit is geen automatisch recht en werd tot op heden nog niet formeel uitgewerkt. Reken hier dus niet op en start tijdig.
Een asbestinventaris van de gemene delen brengt alle risicovolle materialen in kaart en geeft een duidelijk beeld van de staat van het gebouw. Dat levert veel voordelen op:
Op basis van deze inventaris wordt vervolgens het officiële asbestattest opgemaakt en geregistreerd bij OVAM. Dit is het document dat verplicht is bij verkoop en voor elke VME vanaf 2027.
Voor het verkrijgen van een asbestattest onderzoekt een erkend asbestdeskundige alle gemeenschappelijke delen van het gebouw. Denk maar aan technische ruimtes, kelders, circulatieruimtes, daken…
Het standaardonderzoek voor een asbestattest is niet-destructief: er worden geen materialen beschadigd of gedemonteerd. Staalnames zijn een inherent onderdeel van dit onderzoek en worden toegepast op alle waarneembare asbestverdachte materialen.
Voor bepaalde materialen, zoals spuitlagen, bevlokking, thermisch isolerend materiaal in gips en/of cement, pleisterwerk en crepi, is staalname wettelijk verplicht. Ook voor materialen waarvoor dit niet wettelijk verplicht is, geldt dat ze in normale omstandigheden eveneens geanalyseerd worden. De stalen worden geanalyseerd ineen erkend laboratorium.
De bevindingen worden samengebracht in een duidelijke en wettelijk conforme inventaris, die vervolgens wordt omgezet in het officiële asbestattest voor de gemene delen. CleverCheck zorgt ervoor dat dit proces gestructureerd, transparant en volledig volgens de OVAM-richtlijnen verloopt.
Veel VME's wachten nog, maar dat brengt risico's met zich mee:
Wie nu start heeft tijd, duidelijkheid en vermijdt stress.
Het asbestattest voor de gemene delen wordt een vaste pijler van professioneel gebouwbeheer. Voor VME’s en syndici is het essentieel om tijdig te starten met de inventarisatie, zodat het attest zonder problemen kan worden opgemaakt en geregistreerd. CleverCheck kan u begeleiden doorheen het volledige traject, van inspectie tot attest.
Ja. Elk gebouw met meerdere kavels (appartementsgebouw) dat vóór 2001 is gebouwd, moet beschikken over een asbestattest voor de gemene delen vanaf 1 januari 2027.
De VME, meestal via de syndicus. Eigenaars kunnen dit niet individueel aanvragen.
Ja. Het attest is een gemeenschappelijk document en moet beschikbaar zijn voor alle mede-eigenaars.
De verplichting hangt af van het oorspronkelijke bouwjaar. Is het gebouw van vóór 2001, dan is het attest verplicht, ook als delen later vernieuwd zijn.
Nee. Gemeenschappelijke delen worden door de VME geregeld. Eigenaars moeten hun privatieve attest zelf aanvragen. Het kan wel interessant zijn om dezelfde deskundige in te zetten voor de private delen van een gebouw waar die ook de gemene delen inventariseert of al geïnventariseerd heeft. De deskundige heeft dan al kennis van het gebouw, wat het onderzoek efficiënter maakt.
Vanaf 1 januari 2027 is het asbestattest voor de gemene delen verplicht. Een overdracht (verkoop of schenking) van een privatief deel in het gebouw kan niet doorgaan zolang dit attest niet beschikbaar is. De VME riskeert ook aansprakelijkheid bij incidenten of schade.
Ja. CleverCheck voert de inventaris uit volgens de OVAM-richtlijnen en zorgt voor een helder, volledig en correct geregistreerd asbestattest.